Actualiteit

Onderzoeks- en aanslagtermijn verlengd bij buitenlandse inlichtingen

Onderzoeks- en aanslagtermijn verlengd bij buitenlandse inlichtingen

De fiscus heeft, naargelang de omstandigheden, verschillende termijnen waarin hij onderzoeksdaden kan verrichten en een aanslag kan vestigen. Zo bedraagt de termijn drie jaar als de belastingplichtige zelf geen aangifte indient. Deze termijn wordt verlengd tot zeven jaar in geval van fraude. De fiscus heeft nu een nieuwe mogelijkheid om de termijn te verlengen. Als hij inlichtingen krijgt van een buitenlandse autoriteit, krijgt hij immers twee jaar extra, zelfs als er geen sprake is van fraude.

De onderzoeks- en aanslagtermijnen

De fiscus heeft, naargelang de omstandigheden, verschillende termijnen waarin hij kan onderzoeken en een aanslag kan vestigen.

Driejarige termijn

Wanneer de belastingplichtige geen aangifte indient, laattijdig zijn aangifte indient of de verschuldigde belasting hoger is dan wat verschuldigd is op basis van wat de belastingplichtige heeft aangegeven, heeft de fiscus een termijn van drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar om  onderzoeksdaden te verrichten en de belasting of de aanvullende belasting te vestigen.

Zevenjarige termijn

De driejarige termijn wordt met vier jaar verlengd tot zeven jaar als er inbreuken werden gepleegd op de bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden. Met andere woorden: als er sprake is van fraude. De fiscus moet dan wel de belastingplichtige op voorhand schriftelijk op de hoogte brengen dat er aanwijzingen zijn van belastingontduiking.

Buitenlandse inlichtingen

Vandaag de dag worden er op basis van tal van internationale verdragen en EU-richtlijnen, al dan niet automatisch inlichtingen uitgewisseld tussen landen. De landen kunnen die verkregen informatie dan bv. gebruiken om een (bijkomende) aanslag te vestigen. Tot nu toe moest die (bijkomende) aanslag dan wel gevestigd worden binnen de oorspronkelijke gewone onderzoeks- of aanslagtermijn van drie jaar.

Als de driejarige termijn was verstreken, had de fiscus nog twee mogelijkheden:

eerste mogelijkheid: uitbreiding tot zeven jaar als er aanwijzingen van fraude waren;

tweede mogelijkheid: uitbreiding tot vijf jaar als een controle of onderzoek door de buitenlandse belastingdienst aantoonde dat in de vijf jaar voordat de inlichtingen aan de Belgische fiscus werden gemeld, de belastingplichtige  bepaalde belastbare inkomsten niet had aangegeven.

De fiscus kon die tweede mogelijkheid echter vaak niet gebruiken, omwille van de beperkingen die eraan vasthingen bv. (i) er was geen onderzoek gevoerd door de buitenlandse autoriteit (loutere gegevensuitwisseling is niet voldoende), (ii) de inlichtingen kwamen uit een land waarmee België geen verdrag had afgesloten, ... Bovendien werd enkel de aanslagtermijn hierdoor uitgebreid, maar kreeg de fiscus zelf geen nieuwe onderzoekstermijn.

Uitbreiding van de mogelijkheden na buitenlandse inlichtingen

Sinds midden 2016 opent de ontvangst van buitenlandse inlichtingen extra mogelijkheden voor de fiscus. De fiscus heeft nu immers niet enkel een bijkomende aanslagtermijn, maar ook een bijkomende onderzoekstermijn van 24 maanden. De onderzoeksdaden mogen betrekking hebben op de vijf jaar die voorafgaan aan het jaar waarin de buitenlandse autoriteit de inlichting aan de Belgische fiscus heeft verstrekt. Opgelet: deze mogelijkheid geeft de fiscus geen vrijbrief om zomaar alles te onderzoeken. Het (nieuwe) onderzoek van de fiscus moet gebaseerd zijn op de buitenlandse inlichtingen. De fiscus kan van deze langere termijn dus geen gebruik maken om andere gegevens te onderzoeken (dan zouden ze immers de gewone aanslagtermijn van drie jaar omzeilen).

Bij fraude wordt de termijn verlengd tot zeven jaar.

Bovendien moeten de inlichtingen niet langer uitgewisseld worden op basis van een dubbelbelastingverdrag. Ook inlichtingen die uitgewisseld worden op een andere grond (EU-richtlijn, multilaterale verdragen), openen vanaf nu de langere termijnen.

Ten slotte is het niet langer nodig dat de inlichtingen voortkomen uit een controle of onderzoek dat de buitenlandse belastingautoriteit heeft gevoerd. Alle buitenlandse inlichtingen (de spontane, de verplichte, de automatische en de gestructureerde internationale uitwisselingen) komen in aanmerking.

Bij fraude: nog meer tijd

Bij fraude heeft de fiscus nu al zeven jaar. Maar ze krijgt de facto nu nog meer tijd. De aanslagtermijn wordt uitgebreid tot niet-aangegeven inkomsten van zeven jaar vóór de uitwisseling van inlichtingen. Bovendien heeft ze nog twee jaar na het verkrijgen van de inlichtingen.

Voorbeeld

'gewone' fraudetermijn van zeven jaar: de fiscus kan voor aanslagjaar 2011 (inkomsten van 2010) in 2017 nog een aanslag vestigen.

fraudetermijn na buitenlandse inlichtingen: de fiscus kan voor aanslagjaar 2010 (inkomsten van 2009) nog een aanslag vestigen als ze buitenlandse inlichtingen ontvangen in de loop van 2017. Bovendien heeft ze nog twee jaar de tijd. De aanslag kan dus tot 2019 gevestigd worden.